Doelgroep Deze leerlingen komen naar Eureka Onderwijs. Kinderen met: - automatiseringsstoornissen als dyslexie, dysorthografie, dyscalculie, dysfasie, dyspraxie, ADD/ADHD ...
- een disharmonisch intelligentieprofiel (kloof tussen verbaal en performaal IQ)
- kinderen die onderpresteren ondanks hun hoge begaafdheid
- kinderen met nood aan individuele aanpak zoals leerlingen met een ziektegeschiedenis, leerlingen met didactische tekorten door schoolkeuze, leerlingen die verhuizen uit het buitenland, anderstalige leerlingen ...
Alle leerlingen hebben een normale tot hoge begaafdheid. |
Je kind is goed begaafd en heeft toch zwakke schoolresultaten? Je kind is goed begaafd maar heeft aandachtsstoornissen of dyslexie. Het onderwijs lukt niet meer omwille van zovele grote en kleine problemen. Je bent ten einde raad.
Je kind is een onderpresteerder en leert onvoldoende studeren. Zijn aandacht is vluchtig en het presteert onder zijn mogelijkheden.
Voor deze leerlingen biedt Eureka Onderwijs nieuwe kansen.
Gedurende gemiddeld 2 schooljaren volgen deze leerlingen aangepast onderwijs om nadien opnieuw aan te sluiten in het gewoon onderwijs. Er wordt gekozen om waar mogelijk het kind niet te laten dubbelen.
Er is een begaafdheidsnorm. Eureka Onderwijs biedt gespecialiseerd onderwijs voor leerlingen met een normale tot hoge begaafdheid met leerstoornissen.
Voor het secundair onderwijs richten we ons tot leerlingen met goede kansen voor ASO of TSO. Leerlingen met grote tekorten in schoolvorderingen worden toegelaten. Leerlingen met een zwakkere intelligentie (VIQ < 100) nemen we zelden aan in het SO. Leerlingen met een VIQ < 100 vinden het programma te zwaar en te abstract. We hebben spijtig genoeg onvoldoende mogelijkheden en middelen om ook voor deze doelgroep een afdeling op te richten.
Voor het basisonderwijs aanvaarden we leerlingen met grote schoolse achterstanden. Ook hier houden we rekening met de begaafdheid en de intellectuele mogelijkheden. Vooral kinderen met goede compensatiemogelijkheden vinden baat bij de intensieve aanpak, met toch heel wat huiswerk, lessen en weekendstudie. Voor leerlingen met een zwakkere intelligentie is het schoolprogramma dikwijls te belastend. Meer informatie over leerstoornissen vind je hier. Kenmerken van goed begaafde onderpresteerders: - Grote intellectuele nieuwsgierigheid: het 'hoe' en 'waarom' willen kennen: soms leidt dit tot hyperkritisch zijn: voortdurend argumenteren en altijd vragen naar het 'waarom'. - Zeer goed redeneervermogen: kunnen omgaan met abstracte concepten vertrekkende vanuit specifieke feiten verbanden tussen gebeurtenissen opmerken: daardoor soms zeer vlug inconsistenties opmerken en redeneerfouten of foutieve informatie aanduiden. - Uitgebreide woordenschat, verbaal iets goed kunnen uitleggen: soms echter niet vaardig om een goed en net geschreven werk af te leveren - Gerichte en precieze observatie wanneer men geboeid is: soms echter ook rusteloos, onaandachtig en dagdromen. - Divergent denken: tendens om te zoeken naar andere manieren om problemen op te lossen; soms leidt dit tot het niet gewillig zijn in het volgen van instructies: men verkiest zijn eigen manier om dingen te doen - initiatief nemen, voorkeur voor zelfstandig werken: soms weigert men deel te nemen aan groepstaken en is men niet coöperatief. - Ongewoon hoge persoonlijke normen: frustratie als men daaraan niet kan beantwoorden (perfectionistische benadering), soms faalangstig. - Gevoelig en gespannen gedrag: vlug reageren op afwijzing, gemakkelijk gefrustreerd zijn. - Ruim bereik van interesses: vele gebieden en onderwerpen boeiend vinden; hobby's die soms ongewoon zijn en die gevolgd worden met groot enthousiasme; soms te wisselend in interesse. - Uitgebreide kennis en vaardigheid binnen een bepaald domein; zich moeilijk kunnen inzetten voor schoolvakken buiten het eigen interesseveld. - Bezig zijn met onderwerpen van eerder filosofische aard, zoals de betekenis van het leven, het concept van ruimte,...
|